• Facebook Black Round
  • Twitter - Black Circle
  • Blogger - Black Circle

Steph

Steph - "Ik ben helemaal niet op zoek naar een vader maar wel naar mijn roots"​“

 

Het moment dat mijn broer me vertelde dat hij, Sophie en ik van een donor waren, ​vielen alle puzzelstukjes plots in elkaar. Ik geloofde het ook meteen. Heel ons leven hebben we het gevoel gehad niet gewenst te zijn door mijn vader, of de man van wie ik dacht dat hij mijn vader was. Jarenlang had ik een onbehaaglijk gevoel, hing er een vreemde sfeer, was er iets gaande waar ik niet meteen de vinger op kon leggen. Toen ik dan op onze 25ste verjaardag te horen kreeg dat hij niet mijn biologische vader was, voelde dat als een opluchting. Jarenlang zochten we toenadering, bevestiging en liefde en nu begrepen mijn broer, zus en ik waarom we die nooit kregen. Dat we niet zijn biologische kinderen waren, zat mijn vader duidelijk in de weg. Het was heel raar maar meteen na het verdict kreeg ik flashbacks van mijn hele leven. Al die situaties waarin ik het gevoel had dat er iets niet klopte, kregen plots een verklaring. De waarheid die ons leven op z’n kop zette, voelde vreemd genoeg aan als een verlossing.”

 

“Mijn vriend en ik hebben zelf problemen gehad om zwanger te worden dus ik kan me inbeelden hoe het geweest moet zijn voor mijn moeder. De wereld staat stil zolang je kinderwens niet ingevuld is, het verlangen wordt alsmaar groter, je bent prikkelbaar en loopt op de toppen van je tenen. En veel mensen begrijpen helemaal niet wat je doormaakt. Ik kan me dus voorstellen dat ze na jaren wachten en hopen haar willetje heeft doorgeduwd en mijn vader heeft kunnen overtuigen om voor een spermadonor te kiezen. Zorgde zijn onvruchtbaarheid ervoor dat hij zich gekrenkt voelde in zijn mannelijkheid? Misschien, maar eigenlijk wilde hij van meet af aan gewoon geen kinderen.Tijdens de behandeling kreeg mijn moeder hormonen toegediend en dit leidde tot het feit dat ze zwanger werd van een drieling.

 

​Als ik terug denk aan mijn jeugd, dan kan ik alleen maar vaststellen dat zowel mijn vader als mijn moeder nooit kinderen hadden mogen krijgen. We werden niet gekoesterd en werden eerder als attributen beschouwd die erbij hoorden om het plaatje mooier te maken. We waren een extra belasting en constante herinnering aan hun fout gelopen levens en keuzes. In die zin is ons verhaal atypisch want de meeste mensen die veel moeite moeten doen om kinderen te krijgen, zijn net heel erg blij als het dan toch lukt. Eigenlijk zijn we alleen groot geworden. En dat we niet goed genoeg waren, kregen we meer dan eens te horen.

 

​De zus van mijn vader heeft me ooit eens toegebeten dat ik geen echte Raeymaekers was. Dat was lang voor ik de waarheid achter haar woorden kende. Op zo’n moment dacht ik dan dat ze op iets helemaal anders doelde, zoals het feit dat wij niet deftig genoeg uitzagen waren voor de familie. Ondanks de sneren waren onze ouders niet van plan om ooit de vertellen wat er gaande was. Het was uiteindelijk een tante die het er op een emotioneel moment uitflapte tegen het lief van mijn broer. Via via kregen Sophie en ik het dus van Bernhard te horen op de dag dat we 25 werden. Bernhard was vooral blij, blij dat hij nu zelfs genetisch niets meer te maken had met de man die we vader noemden. Sophie en ik wisten toen met zekerheid dat al de problemen niet onze schuld waren. Maar diegene die begon te huilen, was ons jongere broertje. Drie jaar na ons werd hij op natuurlijke wijze verwekt. En plots voelde hij zich helemaal alleen. ‘Ik ben jullie broer niet meer’, zei hij. Dat was echt heel erg. Ik heb hem toen moeten overtuigen van het feit dat de dingen nu anders gekaderd werden maar dat hij altijd mijn zelfde broertje zou blijven. En dat de plotse genetische afstand niets veranderde aan het gevoel in mijn hart.”

 

“In ’78, toen wij verwekt werden, stond de kunstmatige inseminatie nog in zijn kinderschoenen en gingen ze experimenteler te werk dan nu. Mijn moeder is geïnsemineerd in een dokterspraktijk in Brussel. De man had een spermabank in huis. Ik heb al grappend tegen Sophie gezegd dat het misschien wel zaad van de dokter zelf kon zijn . Sophie heeft hem een brief geschreven zodra wisten dat hij de behandelende arts was maar we hebben nooit een antwoord gekregen. Het ziekenhuis waar de man ooit werkte, bestaat niet meer. Het enige aanknopingspunt dat ik, behalve mijn dna, heb om de donor te vinden, is mijn uiterlijk. En zodra ik wist dat W. mijn vader niet was, heb ik besloten om te proberen die donor te vinden. Hij is een onbekend genetisch puzzelstukje in de reden van mijn bestaan en ik wil later geen spijt hebben dat ik nooit een echte poging heb ondernomen om hem te vinden. In Amerika hebben donors een nummer en kunnen KID-kinderen elkaar en hun donor vinden aan de hand van dat nummer. In Nederland is er een databank waarop je met elkaar in contact kan komen. Maar bij ons is spermadonatie anoniem en is het dus zoeken naar een naald in een hooiberg. Er zijn ook televisieprogramma’s waarin mensen op zoek gaan naar hun donor maar die hebben niet zo vaak een echte match opgeleverd. Wat wel al een paar keer tot een kennismaking geleid heeft, is dat de ene een foto van de andere ziet in een krant en zichzelf erin herkent. Zo hoop ik ook dat het bij ons zou kunnen gaan. Dit artikel beschouw ik dus als een zoekertje, een manier om te tonen ‘dit ben ik en ik wil graag weten wie jij bent. Ik heb even zitten rekenen… Stel dat hij een student was en het deed voor de centen, en stel dat hij dan zes jaar later zelf aan kinderen begonnen is, dan zijn die nu 27 en staan ze misschien zelf op het punt om aan kinderen te beginnen of hebben ze al kinderen gekregen? Misschien lijken die dan wel op ons toen we klein waren? Ik ben er me ook van bewust dat zijn kinderen misschien nooit verteld hebben gekregen dat hun papa ooit donor is geweest. We zijn eigenlijk op zoek naar spiegels en dat is meteen ook onze enige kans om meer te weten te komen."

 

“Ook als ik opgegroeid was in een liefdevol gezin, had ik ook graag de donor willen kennen. Ik ben helemaal niet op zoek naar een vader maar wel naar mijn roots. Hoe komt het dat ik geïnteresseerd ben in talen, intens kan genieten van muziek, creatief ben en een echte schrijfknobbel heb? Waarom is Sophie gepassioneerd door architectuur? Beiden zijn we tenger van lichaamsbouw. Hebben we dat van hem? Als ik naar mijn kinderen kijk, herken ik zowel fysieke als karakteristieke eigenschappen van mezelf. Mijn zoontje heeft bijvoorbeeld mijn lichaamsbouw tot mijn poep toe terwijl mijn dochter net fysisch ontzettend op haar papa trekt. Ik denk dat elke ouder zichzelf in stukjes in zijn of haar kinderen herkent. Waarin lijk ik op de donor? Je wordt niet alleen gedefinieerd door je opvoeding maar ook door je genen, en die zijn nu een groot vraagteken. Bernhard is niet geïnteresseerd in die man maar hij heeft zelf nog geen kinderen.Sophie en ik wel en ik denk, dat dit een groot verschil maakt. We hadden ook allebei een grote kinderwens. Vijftig procent van mijn genen zijn onbekend dus dit betekent dat bij mijn kinderen 25% van het genetisch materiaal niet te traceren is. Stel dat er ooit iets met hen of mij gebeurt? We zullen nooit weten of het iets erfelijk is of waar het vandaan komt.

 

​Ik vind dat koppels het recht hebben om kinderen te krijgen, ook via eicel- of spermadonatie. En ik kan verstaan als een kind op die manier verwekt wordt, dit een gedeelte van het verhaal is dat ouders liever niet aan hun kinderen willen vertellen. Elk kind zou het recht moeten hebben om te weten waar zijn genetische roots liggen en als ik de verhalen van andere donorkinderen lees dan hebben ze steevast 1 gemeenschappelijke grond: de oprechte behoefte om die te kennen.​

 

Ikzelf wil pleiten voor een systeem dat de mogelijkheid laat dat eens het donorkind volwassen is, het via een tussenpersoon het signaal kan geven contact te willen hebben met de donor. Wat ik ook belangrijk vind is dat het donorkind kan aangeven wat voor contact het wil met de donor; enkel informatie of een kennismaking. De donor heeft het recht om op het verzoek in te gaan of te weigeren. Toekomstige ouders denken er vaak niet over na dat hun kinderen later vragen gaan stellen, het enige dat telt, is het vervullen van de onbeantwoorde kinderwens.​

 

Ik was enorm gechoqueerd door het egoïsme van mijn ouders. Het feit dat ze zoiets cruciaals verzwegen voor ons, kan ik maar niet begrijpen. Zij hadden zich in onze plaats moeten stellen en het was hun taak om het ons te vertellen. Ze hebben nochtans vaak de kans gehad. Zo herinner ik me het voorval dat ik ooit thuis kwam van een les biologie en hen vroeg welke bloedgroep ze beiden hadden. Die bleek anders te zijn dan de mijne en dus zei ik ‘maar dat kan toch niet?’. Maar ze wuifden het weg en ik stond er verder ook niet meer bij stil. Als kind ben je loyaal aan je ouders en wat zij zeggen, neem je graag aan voor waar.”

 

“Tuurlijk zal ik later aan mijn kinderen vertellen dat mama en papa door een specialist zijn geholpen om zwanger te worden. Ik weet echt niet waarom ik mijn lippen daarover stijf op elkaar zou houden. Als ouder ben je verplicht om met je kinderen te communiceren en hen alle informatie te geven waar ze recht op hebben. Alleen zo kunnen ze volwaardig opgroeien. En een kind heeft het recht om te weten waar het vandaan komt. Zwijgen uit schaamte of uit angst om het te verliezen, heeft kan achteraf veel grotere consequenties hebben. ​

 

Nadat Bernhard ons de waarheid verteld had, heb ik mijn vader een half jaar de tijd gegeven om het toch nog zelf te vertellen. Toen ik een tijdelijke vreemde huidziekte had, heb ik hem zelfs gebeld om te vragen of hij weet had van erfelijke huidziektes in de familie. Ik wilde gewoon eens horen hoe hij op zo’n vraag zou reageren. Hij beperkte zijn uitleg tot de kant van mijn moeder mama en dat was het dan. Ik kon alleen maar denken ‘onnozelaar, ik zet de deur op een kier en je doet er niks mee’. Op dat moment had hij kunnen zeggen ‘Steph, kom eens langs, ik moet iets vertellen’. Maar dat deed hij dus niet. Ik heb hem dan zelf maar geconfronteerd met de waarheid. Zijn verdediging was dat hij bang was dat ik hem zou uitlachen als ik het wist. Lachen? Hoe zou ik nu grapjes kunnen maken over zoiets, namelijk mijn leven? Uiteraard was ik ontzettend boos en heb ik veel gehuild. Maar ik wilde hem nog een kans geven, hij mocht van mij nog een rol spelen in mijn leven. Maar hij heeft ervoor gepast. Na de geboorte van mijn zoontje heeft hij naar het schijnt drie maanden een aantal weken rondgelopen met een kaartje dat hij nooit verstuurd heeft. Sinds de genetische kaart door hem werd getrokken, heb ik niets meer van hem vernomen en dat hoeft ook niet meer. Zelf koester ik mijn gezin. Ik heb de kans gekregen om het beter te doen als de twee personen die ik heb gekend als ouders. En daar ben ik elke dag nog steeds heel dankbaar voor."

 

“Ik wens niemand toe wat ik heb meegemaakt maar ik wil zeker geen slachtoffer spelen. Ik ben heel gelukkig met wie ik ben en ik zou zo niet zijn moest ik al die dingen niet meegemaakt hebben. Alleen zou ik echt graag te weten komen wie die donor was. Een foto en een korte beschrijving van zijn karakter en interesses zijn voor mij voldoende. Ik hoef de man zelfs niet te ontmoeten, we hebben emotioneel geen band en die streef ik ook niet na. Ik ben alleen zo ontzettend benieuwd om te weten op wie ik lijk. En stel dat hij mij heel graag wil leren kennen? Dan zou ik er op ingaan maar het zou geen ontmoeting worden met violen op de achtergrond. Hij is gewoon iemand die iets geleverd heeft en ik ben daar toevallig uit voort gekomen. Het zou wel echt tof zijn om halfbroers en zussen te leren kennen. De wereld is groot maar tegelijk ook klein dus misschien komen we elkaar ooit wel tegen. Misschien zijn we elkaar ooit al tegengekomen. ​

 

Vroeger kwamen er regelmatig mensen naar me toe die met iemand anders verwarde. Misschien is het toeval en lijk ik gewoon op iemand anders maar misschien was het ook wel meer dan dat. Wie weet zijn mijn donor en ik elkaar ooit gekruist op straat? Of gaan mijn halfbroers of –zussen naar dezelfde krantenwinkel? Er is zo goed als geen hoop dat ik het ooit te weten kom, maar het feit dat ik het probeer, is voor mij al voldoende.

 

Gepubliceerd in Flair Belgie in april 2012